vrijdag 1 juli 2016

Opa met pensioen


Job en Jelle spelen bij oma in de tuin.  Het is heerlijk buiten. De vogeltjes fluiten vrolijk in de bomen. Dan horen ze in de straat nog iemand fluiten. ‘Opa!’, roept Jelle blij en hij rent naar het tuinhek. En ja hoor, daar komt opa fluitend aangelopen. Jelle rent naar opa toe en klemt zich stevig vast aan het been van opa. Jelle is opa’s aapje.

Job verstopt zich in de tuin. ‘Ik wil geen kroel van opa,’ roept hij vanuit zijn schuilplaats, ‘opa heeft een baard en dat prikt!’  Maar opa wil wel een kroel van Job. ‘Pas maar op, want ik kom een kroel halen,’ zegt opa. En met Jelle nog aan zijn been vastgeklemd loopt hij op Job af. Job probeert te vluchten. Opa is al best oud maar nog erg snel en erg sterk. Hij heeft Job zo te pakken.  Opa tilt Job op en geeft hem een dikke kroel. ‘Au, au,’ gilt Job, ‘dat prikt!’        

‘Wat gezellig dat jullie er zijn,’ zegt opa, hij zet Job neer en haalt aapje Jelle van zijn been af. ‘Waar ben je geweest?’ vraagt Job. ‘Op school,’ antwoordt opa. ‘Job zit ook op school!’ roept Jelle enthousiast. ‘Ja, maar opa gaat niet naar dezelfde school als Job,’ legt opa uit, ‘ik geef sportles aan hele grote kinderen.’ Jelle kent al veel sporten en noemt ze op: ‘voetbal, basketbal, volleybal, tennisbal’.

‘Opa, kijk eens wat ik kan,’ roept Job. Uit de schuur heeft hij een tennisracket en een tennisbal gepakt. Met het racket slaat hij de bal tegen de muur. Dat heeft hij van opa geleerd. ‘Opa, kijk eens wat ik kan,’ roept Jelle. Jelle gooit een grote strandbal in de lucht en vangt hem weer op. Dat heeft hij van opa geleerd. Wat is het fijn dat opa sportlessen geeft.

‘Ga je in de vakantie ook weer met ons zwemmen?’ vraagt Job. ‘Vanaf nu heb ik altijd vakantie,’ antwoordt opa ‘ik heb mijn laatste les gegeven en hoef nooit meer naar school.’ ‘Nooit meer naar school, dat is toch saai,’ denkt Job. ‘Nu kan ik altijd met jullie zwemmen, voetballen, tennissen of fietsen,’ gaat opa verder, ‘want ik ben met pensioen!’ Dat klinkt erg goed. En Jelle vraagt: ‘Mag ik ook met pensioen?’ ‘Daar ben je nog te klein voor,’ lacht opa, ‘maar we gaan met z’n allen van mijn pensioen genieten!’

Fluitend pakt opa de bal en trapt een balletje over met Job en Jelle. En de vogels fluiten vrolijk mee.

donderdag 23 juni 2016

Papegaai


Er is een papegaai in huis. ‘Mag ik buiten spelen?’ vraagt Job. ‘Mag ik buiten spelen?’ vraagt de papegaai. ‘Praat me niet na!’ zegt Job. ‘Praat me niet na!’ zegt de papegaai.  Job vindt de papegaai stom.

‘Stommerd,’ zegt Job boos. ‘Stommerd,’ zegt de papegaai. ‘Nee, jij bent een stommerd!’ zegt Job. ‘Nee, jij bent een stommerd!’ zegt de papegaai. Job wordt nu echt boos en zegt: ‘Jij bent een stomme papegaai!’ 

‘Zullen we deze papegaai dan maar naar de dierenwinkel brengen?’ vraagt mama. Mama tilt Jelle op en vliegt met hem door de kamer.  Er is geen echte papegaai in huis. Jelle is de papegaai. Want Jelle praat iedereen na.

‘Ja!’ roept Job, ‘breng Jelle maar naar de dierenwinkel.’ ‘Ik denk dat de dierenwinkel dit papegaaitje niet wil hebben,’ zegt mama, ‘dit papegaaitje zegt veel te veel lelijke woorden.’ En dat is waar. Job leert Jelle allemaal lelijke woorden. ‘Zeg eens poep!’ zegt Job tegen zijn broertje. ‘Poep!’ zegt Jelle. En daar moeten de jongens heel hard om lachen. Job vindt een papegaai best grappig.

Mama vindt poep geen grappig woord. En in de dierenwinkel willen ze geen papegaai die poep roept. ‘Maar als we dit papegaaitje lieve woordjes leren, dan kunnen we hem naar de dierenwinkel brengen,’ zegt mama. Dat vindt Job een goed idee.

‘Ik vind je lief,’ zegt Job. ‘Ik vind je lief,’ zegt de papegaai. ‘Ik vind je heel lief,’ zegt Job. ‘Ik vind je heel lief,’ zegt de papegaai.  Job vindt de papegaai niet meer stom en zegt: ‘Jij bent een lief papegaaitje.’

‘Zullen we dit lieve papegaaitje dan toch maar houden?’ vraagt mama. Job knikt. ‘Je wilde Jelle toch niet echt naar de dierenwinkel brengen?’ vraagt Job. ‘Natuurlijk niet, gekkie!’ zegt mama. ‘Gekkie!’ roept Jelle blij. Het papegaaitje heeft weer woord geleerd.

‘Mag ik nu buiten spelen?’ vraagt Job. ‘Mag ik nu buiten spelen?’ vraagt Jelle. Dat mag. Job rent naar buiten. En Jelle rent er als een hondje achteraan.

vrijdag 17 juni 2016

Bedtijd


‘Wie wil het verhaaltje uitblazen?‘ vraagt mama.  ‘Ik!’ roepen Job en Jelle tegelijk. Samen blazen ze heel hard en met een klap slaat het boekje dicht. ‘En nu naar bed,’ zegt mama. Job en Jelle zitten in hun pyjama’s op het grote bed. De haren zijn gewassen. De tandjes zijn gepoetst. En het boekje is uit. Het is bedtijd.  

‘Nog even springen,’ zegt Jelle. Hij springt vrolijk op en neer. ‘Nee, stoeien!’ roept Job. Job duwt zijn kleine broertje in de kussens. Job en Jelle rollebollen over het grote bed. Ze hebben de grootste lol. Papa komt de kamer binnen en zegt: ‘Nu heel snel naar jullie bed anders eet ik jullie op!’ Job en Jelle verstoppen zich gillend achter de kussens. Maar het papa-monster trekt de kussens weg. Hij begint met de buik van Job. ‘Dat kriebelt!’ lacht Job. Dan is het buikje van Jelle aan de beurt. ‘Niet buikje eten!’ giechelt Jelle. Mama vindt het ook erg grappig, maar nu is het genoeg. Het is bedtijd.

Papa tilt Jelle op en brengt hem naar zijn eigen bedje. Mama loopt met Job mee naar zijn bed en stopt hem onder de dekens. Jelle komt de kamer van Job binnen. ‘Nog een kus en een kroel?’ vraagt Jelle met zijn allerliefste stemmetje. Mama geeft Jelle een kus en een kroel. ‘En nu naar bed,’ zegt mama weer. Als alle nachtzoentjes zijn uitgedeeld doen papa en mama de lichten op de slaapkamers uit.  

Dan begint Jelle te huilen. ‘Ik kan niet slapen,’ huilt hij.  Jelle huilt steeds harder. Job kan er niet van slapen. ‘Ik kan niet slapen als Jelle huilt!’ schreeuwt hij vanuit zijn bed. Mama komt naar boven om Jelle te troosten. Jelle is stil. ‘Ga nu maar slapen,’ zegt mama tegen Job, ‘morgen moet je weer naar school.’ ‘Maar ik moet nog plassen,’ zegt Job. Hij springt uit zijn bed en loopt naar de wc. Als Job terug komt stopt mama hem weer onder de dekens.

Jelle zit op zijn kamer nog wat te spelen. Jelle wil nog niet naar bed. Mama tilt hem op en stopt ook Jelle onder de dekens. Mama fluistert: ‘ssstttt, aap en baby slapen al.’ Heel voorzichtig legt ze het aapje en de babypop naast Jelle neer. ‘Stil zijn hoor,’ fluistert mama,  ‘anders worden ze wakker.’ Jelle knikt en blijft heel stil liggen.  Job is zijn bed weer uitgekomen. ‘Mama, mag ik nog wat water drinken?’ fluistert Job. ‘Snel dan,’ zegt mama, ‘en dan echt naar bed’. Het is bedtijd.

Even is het stil. Maar dan begint Job te huilen. Papa komt naar boven om Job te troosten. ‘Ik kan niet slapen,’ snikt Job, ‘er zitten allemaal spoken op mijn kamer.’ Papa spreekt de spoken streng toe: ‘spoken, gaan jullie maar buiten spelen. Job moet slapen. Hup, weg hier!’ Papa heeft de spoken weggestuurd. Zou Job nu gaan slapen?

De slaapkamerdeur van Jelle staat op een kiertje. Papa gluurt naar binnen. Jelle slaapt nog niet. Jelle leest zijn aap en baby een boekje voor. Papa doet de deur dicht. Jelle valt vanzelf wel in slaap.

Dan is het stil. En het blijft stil. Job en Jelle slapen.  Wat later op de avond gaan papa en mama ook naar bed. Maar wat is dat? Job en Jelle zijn stiekem in het grote bed gekropen. Ze liggen heerlijk te slapen. ‘Nu kunnen wij niet slapen,’ jammert mama, ‘ons bed is vol.’   

zondag 12 juni 2016

Koeiendans


Mama heeft de auto in het weiland geparkeerd. Niet tussen de koeien, maar tussen allemaal andere auto’s. Er zijn veel mensen naar de boerderij gekomen om de koeien te zien dansen.  

‘Kunnen koeien dansen?’ vraagt Job, terwijl hij door het hoge gras loopt. ‘Als de koeien straks de stal uit mogen zijn ze zo blij dat ze gekke sprongen maken,’ antwoordt mama, ‘en dat lijkt wel op een dansje.’ De koeien hebben de hele winter binnen gezeten. Nu het lente is, mogen de koeien naar buiten.

‘Kijk, Jelle maakt ook gekke sprongen,’ zegt Job, ‘dat lijkt ook wel op een dansje.’  Maar Jelle danst niet. Hij probeert zijn voeten boven het gras te houden.  Het gras is nat en Jelle houdt niet van natte voeten. Maar de gekke sprongen helpen niet, zijn voeten zijn nat geworden.  ‘Mama, tillen?’ jammert Jelle. En met een grote sprong springt hij in de armen van mama.

Op de boerderij staan alle koeien nog in de stal. Ze loeien heel hard. En ze kijken met hun grote ronde ogen naar Job en Jelle.  Wat zijn het grote dieren! Job loopt snel langs de koeien de stal door. Jelle wil de koeien aaien. Hij loopt naar een koe die rustig staat te eten.  Jelle steekt zijn handje uit en aait de koe over haar kop. Dan kijkt de koe ineens op en zegt: ‘Boeoe.’ Jelle schrikt en rent snel achter zijn grote broer aan.  

Aan de achterkant van de stal staan heel veel mensen. Job en Jelle zien alleen maar benen. Mama tilt Jelle op en zegt tegen Job: ‘Ga jij maar vooraan staan.’  Job kruipt tussen de benen door totdat hij bij een hek komt. Achter het hek is een groot leeg weiland. ‘Dit is ook maar saai,’ denkt hij.  Dan begint de grond ineens te trillen.  Job schrikt en rent snel terug naar mama.  

‘De koeien komen naar buiten,’ zegt mama, ‘kom snel kijken hoe ze dansen!’ Mama zet Jelle neer en tilt Job op haar schouders. ‘Mama, tillen!’ roept Jelle en hij trekt aan de broek van mama. Mama tilt Jelle op haar arm. Nu kan iedereen de koeien goed zien.  De grote kudde koeien dendert het weiland in.  De koeien rennen, gooien de achterpoten in de lucht en duwen speels de koppen tegen elkaar. Wat een vrolijk gezicht al die blije koeien.

Mama heeft geen vrolijk gezicht. Het is best zwaar om twee jongens te tillen. Ze zet Job en Jelle weer op de grond. Er is een plekje vrij gekomen bij het hek. Job en Jelle klimmen op het hek en kijken naar de koeiendans. Een koe loopt rustig grazend langs het hek. Als zijn grote kop vlak bij Jelle is, roept Jelle heel hard: ‘BOE!’ De koe schrikt niet en graast rustig verder.   

vrijdag 3 juni 2016

Kermis

Job en Jelle zijn op de kermis. Overal staan attracties met knipperende lampjes en harde muziek. De jongens kijken hun ogen uit. Eerst hebben ze een rondje over de kermis gelopen. En nu mogen ze twee dingen kiezen die ze willen doen.

‘Ballen gooien!’ roept Job enthousiast. Hij pakt de hand van papa en trekt hem mee naar het ballen gooien. Job geeft geld aan de man van de kermis. En de man van de kermis geeft drie ballen aan Job. ‘Mag ik ook ballen gooien?’ vraagt Jelle. Jelle mag ook ballen gooien, maar de kraam is te hoog. Jelle kan niet bij de ballen. ‘Kom hier maar op het randje zitten,’ zegt de man van de kermis. Mama tilt Jelle op en hij gaat op zijn knietjes zitten. Nu kan Jelle ook ballen gooien.

Job gooit de eerste bal en hij raakt de Pyramide van blikken. Er vallen twee blikken om. De tweede bal gooit hij zo hard dat er nog drie blikken omvallen. Job heeft nog één bal over en er staat nog één blik. Job wil het laatste blik ook omgooien! Hij gooit de bal en…, hij mist. Job kijkt verdrietig. De man van de kermis pakt de drie ballen en legt ze weer voor Job neer. Wat een geluk, Job mag het nog een keer proberen. Nu kijkt Job heel geconcentreerd. Hij gooit een bal en…, hij is raak! Job heeft alle blikken omgegooid. ‘Goed gedaan,’ zegt papa. Job mag een prijsje uitkiezen.

De man van de kermis heeft ook drie ballen aan Jelle gegeven. Jelle gooit de eerste bal naar de Pyramide van blikken. De bal komt tegen de blikken, maar de blikken blijven staan. Jelle moet wat harder gooien. De tweede bal gooit Jelle zo hard als hij kan. Deze bal gaat te hard en vliegt over de blikken heen. Alle blikken staan nog netjes rechtop. Jelle heeft nog één laatste bal. Hij gooit de bal en…, hij is raak! Het bovenste blik van de Pyramide is er vanaf gevallen. ‘Goed gedaan!’ zegt mama. De man van de kermis geeft de drie ballen weer aan Jelle. Jelle mag het ook nog een keer proberen. Maar Jelle wil geen ballen meer gooien. Hij wil ook een prijsje uitkiezen. Wat een geluk, want bij het ballen gooien is het altijd prijs!

‘Wie gaat er mee in de rups?’ vraagt papa. Job kijkt naar de karretjes die heel hard rondjes rijden. Hij schud zijn hoofd. Job durft niet in de rups. ‘Ik wel,’ zegt Jelle. En samen met papa stapt hij in een karretje. Vrolijk zwaait Jelle naar zijn grote broer als het karretje de eerste rondjes rijdt. Maar het karretje gaat harder. Nu zwaait Jelle niet meer. Hij houdt papa stevig vast. Dan gaat het karretje nog harder. Jelle vindt het nu best eng, hij huilt. Het karretje gaat steeds harder. En Jelle huilt steeds harder. Na heel veel rondjes stoppen de karretjes en kunnen ze uitstappen. Papa tilt Jelle op en vraagt: ‘Vond je het leuk?’ Jelle veegt zijn tranen weg en antwoord: ‘Ja, echt gaaf!,’

Job mag nog een attractie kiezen. Job kijkt naar de auto’s en paarden die heel langzaam rondjes rijden. De draaimolen. ‘Daar wil ik wel in,’ zegt hij. Hij klimt in de brandweerauto. En alle rondjes zwaait hij naar zijn kleine broertje, zonder te huilen!

vrijdag 27 mei 2016

Geen duim en geen speen


Job duimt. Papa vindt het zielig voor de duim. ‘Het is daar donker en nat,’ zegt papa, ‘dat vindt je duim echt niet fijn.’ Papa wil dat Job stopt met duimen. Mama wil ook dat Job stopt met duimen.  Mama vindt het zielig voor de tandjes. ‘Van duimen gaan je tanden scheef staan,’ zegt mama, ‘en een beugel is echt niet fijn.’ Papa en mama hebben gelijk. ‘Ik wil ook stoppen met duimen,’ zegt Job, ‘duimen is voor baby’s.’ Maar stoppen met duimen is best moeilijk.  Job vergeet het steeds, dan zit die duim toch weer in zijn mond.    

Jelle heeft een speen. Papa vindt Jelle te groot voor een speen. ‘Een speen is voor baby’s,’ zegt papa, ‘geef je speentje maar aan de pop.’ Hij pakt de baby pop van Jelle. Papa wil dat Jelle zijn speen weg doet. Mama wil ook dat Jelle zijn speen weg doet. Ze vindt Jelle ook  te groot voor een speen. ‘Leg de speen maar onder je kussen,’ zegt mama, ‘dan komt de spenen-fee hem halen.’ Mama vertelt dat de spenen-fee de speen naar baby’s brengt die geen speentje hebben. Jelle snapt er niks van.  ‘Nee! Dat is mijn speen,’ zegt Jelle ‘speen is niet voor baby’s!’ Jelle wil zijn speen niet weg doen. ‘Ik ben niet groot!’

Mama heeft een idee: ‘We maken een sticker kaart.’  ‘Elke keer als jullie gaan slapen zonder duim of zonder speen, dan krijgen jullie een sticker,’ legt mama uit. ‘En als er een rij vol is, dan krijgen jullie een cadeautje.’ Ze pakt een groot vel papier. En bovenaan schrijft ze: ‘Ik stop met duimen.’ Met een potlood en een liniaal trekt Job rechte lijnen over het papier. Als hij klaar is, staat het papier vol met vakjes. Daar kunnen heel veel stickers in. De ‘Ik stop met duimen’- kaart plakken ze op de slaapkamerdeur van Job.  

Mama pakt nog een vel papier voor Jelle. Op dit vel papier schrijft ze: ‘Ik stop met mijn speen.’  Dan moeten de vakjes nog gemaakt worden. Jelle vindt het moeilijk om rechte lijntjes te tekenen. Maar samen met mama lukt het hem wel.  De ‘Ik stop met mijn speen’-kaart plakken ze op de slaapkamerdeur van Jelle.

‘Vannacht ga ik niet duimen,’ zegt Job vastberaden als hij in bed kruipt. En als papa `s-nachts bij Job gaat kijken, dan zit er geen duim in de mond van Job. Het is gelukt! De volgende ochtend mag Job een mooie sticker uitkiezen en op zijn stickerkaart plakken.

‘Ik wil geen sticker, ik wil mijn speen,’ zegt Jelle als hij gaat slapen. Papa laat allemaal  mooie gekleurde stickers zien. Maar Jelle vindt zijn speen nog veel mooier. Jelle stopt zijn speen in zijn mond en valt in slaap. De volgende ochtend mag Jelle geen sticker uitkiezen. Zijn stickerkaart blijft leeg.

Een week later heeft Job al zeven stickers verdiend. De eerste rij van de stickerkaart is vol. ‘Wat heb je het goed gedaan,’ zegt papa trots. ‘Krijg ik nu een cadeautje?’ vraagt Job. ‘Jazeker,’ zegt papa en hij geeft Job een nieuw autootje. Job is blij. Hij wil elke dag wel een sticker en elke week wel een nieuw autootje. Job stopt met duimen.

De stickerkaart van Jelle is nog steeds leeg. Jelle wil geen stickers en Jelle wil ook geen cadeautjes. Jelle wil maar één ding en dat is zijn speen. ‘Jelle, ik denk dat je gelijk hebt,’ zegt mama, ‘je bent niet te groot voor een speen.’ Een speen is voor baby’s en voor kleine peutertjes. Jelle is blij.  Hij mag zijn speen nog houden. Totdat de spenen-fee zijn speen komt halen!

vrijdag 20 mei 2016

Voetbal


‘Goal!’ juicht Job. Met zijn handen in de lucht rent hij over het gras. Job heeft de bal langs Jelle geschoten. ‘Goal!’ juicht Jelle. Met zijn handjes in de lucht springt hij vrolijk op en neer.  ‘Tien – nul,’ zegt Jelle blij. Jelle snapt nog niet veel van doelpunten. Dus als de broertjes voetballen, wint Job altijd!

Jelle haalt de bal en legt hem voor zich neer. Hij neemt een aanloop. En Jelle schiet zo hard als hij kan tegen de bal. De bal rolt over het gras. Maar Job houdt de bal tegen, de bal gaat niet langs Job. Geen doelpunt voor Jelle.

Dan mag Job weer schieten. Hij legt de bal voor zich neer. Hij neemt een aanloop. En Job schiet zo hard als hij kan tegen de bal. De bal vliegt over het veld. Jelle houdt de bal niet tegen, de bal gaat langs Jelle. Weer een doelpunt voor Job.

Maar nu juicht Job niet. Verschrikt kijkt Job naar de bal. Job heeft veel te hard geschoten. De bal rolt over de grote weg.  Jelle wil de bal gaan halen. Hij rent naar de stoep.  Dan hoort hij Job roepen:  ‘Nee! Jelle, stop!’. En Jelle stopt.

‘Wij mogen de grote weg niet oversteken,’ zegt Job, en hij pakt de hand van zijn broertje vast, ‘Hier rijden auto’s en dat is gevaarlijk.’ Jelle is boos, hij wil de bal halen. De bal ligt aan de andere kant van de weg. Jelle snapt nog niet dat de grote weg gevaarlijk is. Dus als er een auto langs rijdt, houdt Job zijn broertje stevig vast.   

‘Papa!’ roept Job. Papa zit in de tuin en komt aangelopen. “Wil jij de bal voor ons halen?’ vraag Job. ‘Nee, ik bal halen!’ zegt Jelle boos. ‘Laten we de bal samen gaan halen,’ zegt papa. Papa pakt een handje van Jelle vast. En papa pakt een hand van Job vast. ‘We kijken eerst goed naar links,’ zegt papa. Job en Jelle kijken naar links maar er komt niks aan. ‘Dan kijken we naar rechts.’ De jongens kijken naar rechts, maar ook aan die kant is de weg leeg. ‘Dan kijken we nog een keer naar links,’ gaat papa verder. Er is nog steeds geen auto, geen bus, geen motor, geen brommer, geen fiets te zien. De weg is helemaal leeg. ‘Nu mogen we oversteken,’ zegt Job. Hand in hand steken ze de grote weg over. Jelle pakt de bal. En papa helpt weer met oversteken.

Job loopt over de stoep terug naar het grasveldje. Jelle loopt achter Job, met de bal. Jelle legt de bal voor zich neer. Hij neemt een aanloop. En Jelle schiet de bal zo langs Job. Een doelpunt voor Jelle. ‘Goal!’ juicht Jelle.

Nu is Job boos. Dit doelpunt is niet eerlijk.