vrijdag 9 september 2016

Tekenen


Het is heel stil in de kamer van Job. Geconcentreerd zit Job aan zijn bureau. ‘Een hoofd, twee ogen, een buik, twee benen en twee armen,’ mompelt Job zachtjes. Job heeft een poppetje getekend. Op het bureau liggen heel veel stiften. Job pakt de blauwe stift en tekent een wolk in de lucht. Dan pakt Job de groene stift om het gras te tekenen. Job doet erg zijn best. En de tekening wordt erg mooi.

Jelle is heel stil de kamer van Job binnen geslopen. Geconcentreerd zit Jelle onder het bureau. Er zijn stiften op de grond gevallen. ‘Een hoofd, twee ogen…..’ hoort Jelle zijn broer mompelen. Jelle pakt de blauwe stift en tekent op zijn voorhoofd. En met de bruine stift tekent Jelle rondjes om zijn ogen. ‘Een buik, twee benen en twee armen,’ hoort Jelle. En Jelle maakt met de stiften een mooi kunstwerk van zijn buik, zijn benen en zijn armen.

‘Nu nog de gele stift voor de zon,’ zegt Job. De gele stift ligt op het randje van het bureau. Job wil de stift pakken, maar de gele stift valt op de grond. Job bukt om de stift te pakken. En dan ziet hij Jelle onder zijn bureau zitten. ‘Jelle, wat doe je daar?’ gilt Job van schrik. Met zijn gekleurde gezichtje kijkt Jelle op en zegt: ‘Ik ben ook aan het kleuren.’  ‘Dat zijn mijn stiften!’ schreeuwt Job boos en hij rukt de stiften uit de handjes van Jelle. Nu is Jelle ook boos en schreeuwt: ‘Geef terug! Ik mag ook kleuren!’

Mama hoort de broertjes ruzie maken en komt snel de kamer binnen. ‘Jongens, waarom maken jullie ruzie?’ vraagt mama. ‘Jelle heeft mijn stiften gepakt,’ schreeuwt Job. ‘Niet waar!’ schreeuwt Jelle terug, ‘Job heeft mijn stiften afgepakt.’ ‘Niet waar! En Jelle heeft zijn hele gezicht onder gekrast,’ gaat Job boos verder, ‘en zijn armen en zijn benen ook!’ Mama kijkt naar Jelle en zegt: ‘Wauw, wat heb jij een mooi kunstwerk gemaakt! Laat me eens even goed naar je kijken.’ Jelle straalt van trots en laat  zijn gekleurde armen en benen zien. ‘Het is prachtig,’ zegt mama, ‘maar maak de volgende keer maar een kunstwerk op papier.

‘Kijk eens wat ik heb gemaakt,’ zegt Job en hij laat zijn tekening aan mama zien. ‘Wauw, wat knap getekend!’ zegt mama. ‘Is het een poppetje in de tuin?’ vraagt mama. ‘Dat poppetje is Job,’ zegt Job. ‘Nee, dat poppetje is Jelle,’ zegt Jelle. ‘Echt niet!’ zegt Job. Dan pakt Job de blauwe en de bruine stift. Met twee stiften tegelijk krast Job over het poppetje en lacht:  ‘Nu heb ik Jelle getekend!’

Jelle zit onder de blauwe en bruine krassen. En het poppetje zit ook onder de blauwe en bruine krassen. ‘Het poppetje lijkt nu precies op Jelle,’ lacht mama. ‘Maar straks lijken ze niet meer want ik ga Jelle wassen!’

Mama neemt Jelle mee naar de badkamer en boent Jelle weer helemaal schoon. En Job tekent een nieuw poppetje.  Een poppetje zonder krassen, net als Jelle.    



vrijdag 2 september 2016

Op het potje


‘Ik moet poepen!’ roept Job. Hij springt op van zijn stoel en rent naar de wc. Job zit rustig op de wc en zingt een liedje. En na een tijdje roept Job heel hard: ‘Ik ben klaar!’ Job is klaar met poepen. En Job wil dat mama zijn billen komt afvegen. Mama loopt naar de wc en zegt: ‘Job, je weet toch dat je zelf je billen af moet vegen? Je bent nu zo groot!’  Maar Job antwoordt: ‘Ik kan er echt niet goed bij, mijn armen zijn veel te kort.’ Job vindt billen afvegen vies. Toch moet hij het leren. ‘Pak maar een stuk wc papier, dan doen we het nog een keer samen,’ zegt mama.  Samen lukt het wel. Daarna nog even handen wassen en klaar is Job. ‘Nu ga ik mijn puzzel afmaken,’ zegt Job, en hij klimt weer op zijn stoel.

 ‘Ik ga ook naar de wc,’ zegt Jelle. Hij laat zijn autootjes liggen op de grond en loopt naar de wc. Daar trekt Jelle zijn broek uit en doet hij zijn luier af. De wc-pot is best hoog. Jelle pakt een krukje en klimt op de wc. Als Jelle net zit zegt hij: ‘Klaar! Er komt niks.’  En Jelle springt weer van de wc af. Jelle trekt aan de rol wc-papier. En met een heel groot stuk wc papier veegt Jelle zijn billen af. Daarna nog even handjes wassen en klaar is Jelle. In zijn blote billen loopt Jelle terug naar de kamer en speelt verder met zijn autootjes.   

Mama pakt het potje van Jelle en zegt: ‘Jelle, ga maar op je potje zitten. Zo kan je ook met je auto’s spelen. En misschien komt er toch nog een plasje.’ Jelle gaat op zijn potje zitten en speelt met de auto’s, maar er komt geen plasje.

Job zit aan tafel en roept: ‘De puzzel is af!’ Jelle staat op van zijn potje en loopt naar de tafel om de puzzel te bekijken. Dan blijft Jelle van schrik staan. Er ligt ineens een plasje op de grond. ‘Getsie, Jelle heeft op de grond geplast,’ roept Job met een vies gezicht. En Jelle begint te huilen. Mama troost Jelle en zegt:  ‘Dat geeft niks, ik maak de vloer gewoon weer schoon. Het is ook niet makkelijk om op het potje te leren plassen. Daar moet je veel voor oefenen.’ Maar Jelle wil niet meer oefenen. Jelle wil zijn luier weer om.

Met zijn luier om kruipt Jelle heel stil in het hoekje achter de bank. Jelle kijkt een beetje moeilijk en zijn hoofd loopt rood aan. ‘Ben je aan het poepen?’ vraagt Job. ‘Nee!’ zegt Jelle met een benauwd stemmetje. Jelle wil stiekem in zijn luier poepen. Maar mama ziet het ook en zegt: ‘Kom maar snel op je potje zitten.’ ‘Nee! ik wil in mijn luier poepen!’ roept Jelle boos. Maar mama zet Jelle snel op het potje. En dan poept Jelle in het potje. ‘Goed gedaan! Wat ben jij een grote jongen,’ roept mama enthousiast. Jelle heeft voor het eerst in het potje gepoept.

Als papa thuis komt vertelt Jelle trots dat hij in het potje heeft gepoept. Papa is ook trots en zegt: ‘Wat goed van jou!  Ga je de volgende keer weer op het potje poepen?’ Maar Jelle antwoordt:  ‘Nee,  ik heb al in het potje gepoept. Nu wil ik gewoon weer een luier om.’




donderdag 25 augustus 2016

Aap is kwijt


Mama stopt de boodschappen in de fietstas. Dan tilt ze Jelle in het fietsstoeltje. ‘Waar gaan we nu heen?’ vraagt Jelle. ‘Nu gaan we naar huis,’ antwoordt mama, ‘we hebben alle boodschappen gehaald.’  Job pakt ook zijn fiets. Maar als Job en mama weg willen fietsen roept Jelle: ‘Waar is Aap?’

Jelle ziet zijn knuffel niet. ‘Ben je Aap kwijt?’ vraagt Job. Jelle kijkt verdrietig om zich heen en zegt:  ‘Ik weet niet waar Aap is.’ ‘We vinden hem wel,’ zegt mama.  En Job zegt: ‘Ik denk dat we Aap bij de bakker hebben laten liggen.’  Job, Jelle en mama waren net nog bij de bakker om brood te kopen.  ‘Laten we daar gaan zoeken,’ zegt mama.

Job en Jelle rennen de bakkerij binnen.  Jelle zoekt tussen het brood. Job zoekt tussen de koekjes en het gebak. Maar Aap zien ze niet. ‘Aap is niet in de bakkerij,’ zegt Job. Jelle z’n lip begint te trillen. ‘Kom, dan kijken we bij de slager,’ zegt mama.  Job, Jelle en mama zijn ook nog bij de slager geweest om vlees te kopen.

In de slagerij ziet Job heel veel soorten vlees,  maar Aap ziet hij niet. Jelle vraagt aan de slager: ‘Is mijn aap hier?’ Maar de slager heeft Aap niet gezien. Aap is niet in de slagerij. Jelle z’n ogen worden waterig. ‘Dan ligt Aap vast bij de groenteboer,’ zegt mama.  Want Job, Jelle en mama zijn verder alleen nog maar bij de groenteboer geweest om groente en fruit te halen.

Bij de groenteboer zoekt Jelle bij de bloemkool, de sla, de tomaten en de komkommers. ‘Hier is aap ook niet,’ zegt Jelle verdrietig. Job zoekt heel goed tussen het fruit. ‘Aap zit vast bij de bananen,’ zegt Job. Maar Aap zit niet bij de bananen en ook niet bij de appels of de peren. ‘We hebben overal gezocht,’ zegt Job, ‘waar kan Aap toch zitten?’  Nu rollen de tranen over Jelle z’n wangen. Jelle huilt: ‘Ik ben Aap kwijt.’

Mama tilt Jelle op en zegt:  ‘Stil maar, we gaan naar huis daar hebben we nog een andere knuffel. Maar Jelle wil geen andere knuffel. Jelle wil zijn aap. Jelle huilt de hele weg naar huis. 

Thuis haalt mama de boodschappen uit de fietstas. ‘Kijk nou eens!’ roept mama verrast. Job kijkt in de fietstas en juicht: ‘Daar is Aap! Aap ligt helemaal onderin de fietstas. Job pakt Aap er snel uit en geeft hem aan Jelle. Jelle slaat zijn armpjes om zijn aap heen. ‘Ik was je kwijt,’ snikt Jelle.

Mama pakt een banaan uit de boodschappentas en zegt: ‘Geef Aap maar snel een banaan tegen de schrik!’ En dan lacht Jelle weer.  

 

vrijdag 19 augustus 2016

Spaghetti slurpen

Mama roept: ‘Het eten is klaar! Handjes wassen en aan tafel.’ Job en Jelle wassen hun handen en klimmen op hun stoel. ‘He bah!’ zegt Job, ‘dat lust ik niet.’  Hij kijkt met een vies gezicht naar zijn bord vol spaghetti. ‘Spaghetti is vies,’ vindt ook Jelle. Jelle duwt zijn bord weg.  ‘Volgens mij is het best lekker,’ zegt mama en ze neemt een hap, ‘Mmmm, dit is heerlijk! Proef maar eens.’ Maar Job en Jelle willen de spaghetti niet proeven.
‘Er komt een vliegtuig aangevlogen,’ zegt papa. En een lepel vol spaghetti vliegt recht op de mond van Jelle af.  Maar Jelle slaat snel zijn handjes voor zijn mond. Het vliegtuig kan er niet in en vliegt teleurgesteld terug naar het bord met spaghetti.

‘Job, je moet wel wat eten,’ zegt mama. ‘Oké één hapje dan,’ antwoordt Job. Met zijn vingers pakt Job één sliertje spaghetti. Hij stopt het sliertje in zijn mond en slurpt het zo naar binnen. ‘Haha, dat is grappig,’ lacht Jelle. Jelle pakt ook een sliertje spaghetti en probeert hem naar binnen te slurpen. ‘Ik kan het veel sneller,’ zegt Job,’ kijk maar eens.’ Job pakt nog meer spaghetti en slurpt de slierten zo zijn mond in. ‘Ik kan ook sneller,’ roept Jelle enthousiast. En Jelle doet nog een poging om de spaghetti weg te slurpen.

Job en Jelle maken er een wedstrijdje spaghettislurpen van. De spaghetti vliegt in het rond. Dit keer niet netjes op een lepelvliegtuig maar gewoon los door de lucht. De handen van Job en Jelle waren schoon gewassen, maar nu zitten de handen helemaal onder de saus. Jelle pakt een hele hand spaghetti en stopt het in zijn mond. Nu zit ook zijn hele gezicht onder de saus. Jelle vindt het slurpen maar lastig.  Daarom propt Jelle alle slierten spaghetti met zijn handjes in zijn mond.

‘Ik ben de kampioen spaghetti slurpen,’ zegt Job en hij slurpt razend snel nog een sliert spaghetti weg. ‘Ik ben ook kampioen,’ zegt Jelle. ‘Ja, jij bent kampioen smeerpoets,’ lacht Job. Jelle kijkt naar zijn vieze handjes. Dan kijkt hij naar alle vlekken op de tafel en op zijn shirt. Kampioen smeerpoets, daar is Jelle best trots op. ‘Ik ben ook kampioen!’ juicht Jelle met zijn handen in de lucht. En nu heeft kampioen smeerpoets ook nog spaghetti in zijn haren.

‘En jullie zijn ook kampioen bord leeg eten,’ zegt mama, ‘maar jullie verdienen zeker geen schoonheidsprijs.’ 

Job en Jelle hebben alle spaghetti opgegeten. ‘Dat was leuk,’ zegt Job. ‘En was het ook lekker?’ vraagt mama. En Jelle antwoordt: ‘Spaghetti is heerlijk!’ 

vrijdag 12 augustus 2016

Koffers inpakken


‘Job, wat is dat?’ vraagt Jelle. In de slaapkamer van Jelle staat een grote oranje koffer. ‘Dat is een koffer,’ antwoordt Job, ‘Er staat ook een koffer in mijn slaapkamer.’ Job haalt een grote groene koffer uit zijn slaapkamer.  ‘We gaan op vakantie, dus we moeten onze koffers inpakken,’ legt Job uit. Job pakt een boek uit de kast en legt het boek in de groene koffer. ‘Ik neem een boek mee!’ zegt Job. Jelle begrijpt nu wat hij met de koffer moet doen en roept enthousiast: ‘Ik neem Aap mee!’

Job haalt zijn kleurboek en potloden en legt ze ook in zijn koffer. Dan rent Jelle naar zijn bed en pakt al zijn knuffels. Met zijn armen vol knuffels zegt Jelle: ‘Mijn vriendjes willen ook mee.’ ‘Je vriendjes passen echt niet allemaal in je koffer,’ zegt Job.
Eén voor één legt Jelle zijn knuffels in de oranje koffer. ‘Het past!’ roept Jelle blij. Het is echt een grote koffer.  

‘Passen mijn autootjes dan ook in mijn koffer?’ vraagt Job zich af. Job pakt zijn bak met speelgoedautootjes en gooit de bak leeg in zijn koffer. Het zijn heel veel autootjes, maar dat past ook!
‘Op vakantie wil ik ook met mijn blokken spelen,’ zegt Jelle. Jelle haalt alle blokken uit de blokkendoos en stopt ze tussen zijn knuffels in de koffer.
Het zijn echt grote koffers, maar nu zitten ze vol. Job en Jelle krijgen de koffers nog maar net dicht.   

Dan komt mama van zolder. Mama heeft een grote stapel kleren in haar armen. ‘Job, wil je die groene koffer even openmaken?’ vraagt Mama, ‘Dan stop ik jouw kleren voor de vakantie er in.’  ‘Dat past niet,’ antwoordt Job. Maar mama zegt: ‘Natuurlijk wel, het is een hele grote koffer!’ Dan maakt Job zijn koffer open. ‘Ik heb mijn koffer al ingepakt,’ zegt Job trots. Ook Jelle maakt zijn koffer open en zegt net zo trots: ‘Ik heb ook al ingepakt.’ Mama ziet al het speelgoed in de koffers. ‘Nu snap ik waarom de kleren er niet in passen,’ lacht mama.

 ‘Maar als jullie kleren er niet bij passen, dan moeten jullie de hele vakantie in jullie blote billen lopen,’ zegt mama. ‘Ja, lekker in mijn blote kont lopen,’  lacht Job, ‘dat is grappig!’  Maar Jelle jammert: ‘Nee, dat wil ik niet! Mijn kleren moeten mee en mijn vriendjes moeten mee.’ Maar dat past niet in de koffer. Jelle kijkt heel verdrietig.

Gelukkig heeft mama een idee. Mama geeft Job en Jelle allebei een kleinere speelgoedkoffer. ‘Deze koffers mogen jullie helemaal vol stoppen met speelgoed,’ zegt mama, ‘dan gebruiken we de grote koffers voor jullie kleren.’ Dat is een goed idee. Maar niet al het speelgoed past in de kleine koffers. Job kiest daarom zijn mooiste autootjes uit en legt ze in zijn speelgoedkoffer. En Jelle stopt zijn koffer vol met zijn lievelingsknuffels. De blokken passen er niet meer bij.

Dan zijn alle koffers ingepakt. ‘Nu kunnen we op vakantie!’ roept Job. Jelle pakt zijn koffer en zegt tevreden: ‘En na de vakantie ga ik met mijn blokken spelen.’

vrijdag 5 augustus 2016

Zwemmen

Jelle staat op het randje van het zwembad. Hij heeft zijn zwembroek aan en zijn zwembandjes om. ‘Spring er maar in!’ roept Job vanuit het water. Maar Jelle springt niet in het water. Het water is veel te diep. ‘Je kan hier wel staan,’ stelt Job hem gerust. Jelle durft niet. ‘Ik ga naar het kleine badje,’ zegt Jelle. Hij draait zich om en loopt naar het peuterbadje.

Job zit al op zwemles en Job is niet bang voor het diepe water. Met de zwemkurk om zijn middel spettert en spattert hij het hele zwembad door. Dan komt mama met Jelle aangezwommen. Jelle heeft zijn armpjes stevig om mama’s nek vastgeklemd. ‘Laat me maar los,’ zegt mama tegen Jelle, ‘je hoeft niet bang te zijn want door je zwembandjes blijf je drijven.’  Mama maakt de armpjes van Jelle los. Jelle is bang en grijpt de arm van mama vast. Aan de arm van mama hangt Jelle in het water en hij trappelt met zijn beentjes. Job komt naast hem zwemmen en zegt:  ‘Zwemmen is echt heel leuk!’ Het is wel leuk maar ook erg spannend. Dan zegt mama:  ‘Zwem maar naar Job toe.’ En ze haalt haar arm voorzichtig onder Jelle vandaan. Nu drijft Jelle helemaal zelf in het diepe water. ‘Goed zo, Jelle,’ roept Job enthousiast, ‘je zwemt!’ Jelle lacht trots. Jelle blijft drijven en hij is niet meer bang voor het diepe water.

‘Nu gaan we naar de glijbaan!’ roept Jelle en hij wijst naar de hoge glijbaan.  Mama wil ook wel van de glijbaan. ‘Ga je ook mee?’ vraagt mama aan Job. Maar Job vindt de glijbaan veel te hoog. Job durft niet. Job blijft onderaan de glijbaan staan als mama en Jelle de trap van de glijbaan oplopen. Gillend van plezier roetsjt Jelle de glijbaan af. ‘De glijbaan is heel leuk,’ zegt Jelle tegen Job. En mama vraagt: ‘Job, wil je samen met mij van de glijbaan?’ De glijbaan is wel leuk maar ook heel spannend. Job pakt de hand van mama vast en samen lopen ze de trap op. Bij mama op schoot roetsjt Job de glijbaan af. Hij gilt van plezier. ‘Dat was gaaf!’ roept hij als ze weer beneden zijn. Job is niet meer bang voor de hoge glijbaan. Samen met Jelle rent hij de trap weer op en ze glijden naar beneden. En dan gaan ze nog een keer, en nog een keer, en nog een keer.

Job en Jelle zijn erg stoer. Jelle was bang voor het diepe water,  maar nu springt hij vrolijk in het diepe bad. Job was bang voor de hoge glijbaan, maar nu wil hij alleen nog maar glijden.

‘Willen deze waterratjes misschien een waterijsje?’ vraagt mama.  Voor een ijsje komen de jongens het water wel uit. Heel snel eten Job en Jelle het ijsje op en springen dan het water weer in. Want  echte waterratten eten geen ijsjes. Waterratten zwemmen!




 


vrijdag 1 juli 2016

Opa met pensioen


Job en Jelle spelen bij oma in de tuin.  Het is heerlijk buiten. De vogeltjes fluiten vrolijk in de bomen. Dan horen ze in de straat nog iemand fluiten. ‘Opa!’, roept Jelle blij en hij rent naar het tuinhek. En ja hoor, daar komt opa fluitend aangelopen. Jelle rent naar opa toe en klemt zich stevig vast aan het been van opa. Jelle is opa’s aapje.

Job verstopt zich in de tuin. ‘Ik wil geen kroel van opa,’ roept hij vanuit zijn schuilplaats, ‘opa heeft een baard en dat prikt!’  Maar opa wil wel een kroel van Job. ‘Pas maar op, want ik kom een kroel halen,’ zegt opa. En met Jelle nog aan zijn been vastgeklemd loopt hij op Job af. Job probeert te vluchten. Opa is al best oud maar nog erg snel en erg sterk. Hij heeft Job zo te pakken.  Opa tilt Job op en geeft hem een dikke kroel. ‘Au, au,’ gilt Job, ‘dat prikt!’        

‘Wat gezellig dat jullie er zijn,’ zegt opa, hij zet Job neer en haalt aapje Jelle van zijn been af. ‘Waar ben je geweest?’ vraagt Job. ‘Op school,’ antwoordt opa. ‘Job zit ook op school!’ roept Jelle enthousiast. ‘Ja, maar opa gaat niet naar dezelfde school als Job,’ legt opa uit, ‘ik geef sportles aan hele grote kinderen.’ Jelle kent al veel sporten en noemt ze op: ‘voetbal, basketbal, volleybal, tennisbal’.

‘Opa, kijk eens wat ik kan,’ roept Job. Uit de schuur heeft hij een tennisracket en een tennisbal gepakt. Met het racket slaat hij de bal tegen de muur. Dat heeft hij van opa geleerd. ‘Opa, kijk eens wat ik kan,’ roept Jelle. Jelle gooit een grote strandbal in de lucht en vangt hem weer op. Dat heeft hij van opa geleerd. Wat is het fijn dat opa sportlessen geeft.

‘Ga je in de vakantie ook weer met ons zwemmen?’ vraagt Job. ‘Vanaf nu heb ik altijd vakantie,’ antwoordt opa ‘ik heb mijn laatste les gegeven en hoef nooit meer naar school.’ ‘Nooit meer naar school, dat is toch saai,’ denkt Job. ‘Nu kan ik altijd met jullie zwemmen, voetballen, tennissen of fietsen,’ gaat opa verder, ‘want ik ben met pensioen!’ Dat klinkt erg goed. En Jelle vraagt: ‘Mag ik ook met pensioen?’ ‘Daar ben je nog te klein voor,’ lacht opa, ‘maar we gaan met z’n allen van mijn pensioen genieten!’

Fluitend pakt opa de bal en trapt een balletje over met Job en Jelle. En de vogels fluiten vrolijk mee.