zondag 3 februari 2019

Regen


Job en Jelle kijken door het raam. ‘Het regent niet meer!’ juicht Job. ‘Mogen we nu naar buiten?’ Mama kijkt ook door het raam. Er hangen donkere wolken in de lucht, maar de regen is gestopt. ‘Gaan jullie maar snel buiten spelen voordat het weer gaat regenen,’ antwoordt mama. ‘Maar trek wel jullie laarzen aan!’

Job trekt zijn regenlaarzen aan en rent naar buiten. Mama pakt de laarzen van Jelle, maar Jelle wil geen laarzen aan. ‘Ik wil mijn schoenen aan,’ zegt Jelle. ‘Laarzen zijn stom!’ Mama kijkt naar de laarzen en zegt:  ‘Het zijn juist erg stoere laarzen waarmee je in de plassen kunt stampen. Stop je voet er maar in.’ Jelle schudt zijn hoofd en schopt met zijn voet. Jelle wil echt geen laarzen aan. Mama zucht en pakt Jelle z’n schoenen. ‘Niet door de plassen lopen,’ roept mama nog als Jelle op zijn schoenen naar buiten rent.

Job staat naast een hele grote plas. Zou de plas diep zijn? Job gooit er steentjes in. Jelle pakt een tak en roert door het water. ‘Ik ga door deze diepe plas lopen,’ zegt Job stoer. Heel voorzichtig loopt hij met zijn laarzen door de plas. Stapje voor stapje. ‘Deze plas is helemaal niet diep,’ zegt Job. Dan gaat hij stampend door de plas. Het water spettert omhoog. ‘Plassen stampen is leuk!’ roept Job enthousiast. Dat wil Jelle ook wel. Jelle vergeet dat hij geen laarzen aan heeft en springt midden in de grote plas. Verschrikt kijkt Jelle naar zijn schoenen. Zijn schoenen zijn helemaal nat. Zijn sokken zijn ook helemaal nat. Jelle z’n lip trilt. ‘Ik wil geen natte voeten,’ snikt hij.  ‘Daarom moet je laarzen aan als je in een plas springt,’ zegt Job. Mama tilt de huilende Jelle uit de plas. ‘Wil je dan toch je laarzen aan?’ vraagt mama. Jelle knikt.

Even later springt Jelle weer in de plas, dit keer met zijn laarzen aan. Nu krijgt Jelle geen natte voeten. Hij voelt wel een druppel op zijn neus. En Job voelt druppels op zijn hoofd. ‘Het gaat weer regenen,’ zegt Job. ‘We moeten naar binnen.’ Jammer. Het plassen stampen was net zo leuk. ‘Ik wil niet naar binnen,’ jammert Jelle. Gelukkig heeft mama een idee. Mama haalt de regenjassen van Job en Jelle. Met laarzen en regenjassen aan kunnen de broertjes in de regen spelen. Job trekt zijn regenjas aan. En Jelle? Jelle wil geen regenjas aan. Hij slaat zijn armen om zich heen en schudt zijn hoofd. ‘Een regenjas is stom,’ zegt Jelle boos. ‘Wil je weer nat worden?’ vraagt Job. Jelle schudt zijn hoofd. Dan voelt Jelle een druppel op zijn hoofd. En nog één. En nog één. Nu wordt hij toch nat. ‘Kom dan maar mee naar binnen,’ zegt mama. Dat wil Jelle niet! Hij trekt snel zijn regenjas aan.  
Job en Jelle spelen buiten in de regen. De broertjes springen en dansen in de plassen. Jelle is toch wel blij met zijn stoere laarzen en met zijn mooie regenjas.  


zondag 20 januari 2019

Spook


Job en Jelle liggen in bed. Buiten is het donker. De wind loeit om het huis en de regen klettert tegen de ramen. Job wordt er wakker van. Hij trekt de dekens tot over zijn neus. Over het randje gluurt hij naar het raam.  Zag hij daar iets bewegen? Ja! Nu ziet hij het weer! Een donkere schaduw glijdt over de muur. ‘Een spook!’ gilt Job. Hij springt uit bed en rent zijn kamer uit.

Op de gang hoort hij Jelle huilen. Beneden staat de televisie aan. Papa en mama horen Jelle niet. De wind en de regen maken zoveel lawaai. Job loopt naar de kamer van Jelle. ‘Jelle, wat is er?’ vraagt Job. ‘Ik ben bang!’ huilt Jelle. ‘Mag ik bij jou?’ Job denkt aan het spook, hij kan niet terug naar zijn kamer. ‘Ik kom wel bij jou,’ zegt Job en hij kruipt bij Jelle in zijn bedje. ‘Ik hoor spoken,’ fluistert Jelle. ‘Zitten ze onder mijn bed?’ Job durft niet onder het bed te kijken. ‘Ik weet het niet,’ fluistert Job. Job en Jelle kruipen dicht tegen elkaar aan. Gespannen kijken ze naar de donkere kamer en ze luisteren naar de enge geluiden. Ineens horen ze een deur kraken. ‘Is daar iemand?’ vraagt Job met trillende stem. De slaapkamerdeur gaat langzaam open. Job en Jelle gillen van schrik en duiken weg onder de dekens.

Weggekropen onder de dekens horen de broertje voetstappen dichterbij komen. Dan stoppen de voetstappen naast het bedje. Job en Jelle houden zich muisstil. Maar de dekens worden langzaam weg getrokken. ‘Hebben jullie je verstopt?’ vraagt een bekende stem. ‘Mama!’ roepen de broertjes opgelucht.  Jelle springt in de armen van mama en snikt: ‘We zijn zo bang.’ En Job roept: ‘Er zit een spook in mijn kamer!’ ‘Een spook?’ vraagt mama. ‘Spoken bestaan toch niet!’ Maar Job weet heel zeker dat er een spook in zijn kamer zit. ‘Ik zag een schaduw bij het raam,’ vertelt Job. 

Mama loopt naar de slaapkamer van Job. Jelle is weggedoken in haar armen en Job verschuilt zich achter haar been. Mama doet het licht aan. Er is geen spook in de kamer. ‘Ik denk dat hij achter het gordijn zit,’ fluistert Job. Mama  trekt de gordijnen open. Job schrikt. ‘Daar is de schaduw!’ Mama kijkt naar buiten. Voor het raam staat een grote boom. Door de harde wind zwiepen de takken wild heen en weer. ‘Dat is geen spook,’ zegt mama. ‘Het is de schaduw van de boom. Spoken bestaan echt niet.’ 

Dan moeten Job en Jelle weer gaan slapen. ‘Ben jij nog bang?’ vraagt Jelle. Job schudt zijn hoofd. ‘Mag ik dan bij jou in bed?’ ‘Ben jij dan nog bang, Jelle?’ vraagt mama. Jelle schudt ook zijn hoofd. ‘Maar ik wil wel bij Job slapen.’ Mama lacht: ‘Je bent een spookje.’ En Job roept: ‘Ik wist wel dat er een spook in mijn kamer zat!’  


zondag 6 januari 2019

Snottebel


Job en Jelle slapen nog, maar papa en mama zijn al op snottebellenjacht. Ze staan bij het bed van Job. Papa heeft een zakdoek in zijn hand. Elke keer als Job uitademt komt er een snottebel uit zijn neus. En als hij inademt verdwijnt de bel weer. Dat ziet er grappig uit. Papa wil de snottebel pakken. Hij staat klaar met de zakdoek. ‘Nu!’ roept mama als Job weer uitademt. Job schrikt wakker en draait zijn hoofd met de snottebel om. Papa grijpt mis, het oor van Job zit nu in de zakdoek.

Verbaast kijkt Job op en vraagt: ‘Wat doen jullie?’ ‘Je had een hele grappige snottebel,’ lacht mama. ‘En ik had hem bijna te pakken,’ zegt papa. ‘Ik heb helemaal geen snottebel,’ zegt Job slaperig en veegt met zijn mouw langs zijn neus. Een pluisje komt in zijn neus. Job moet er van niezen. “Ha…ha…ha…tjoe!’  niest Job en een hele grote snottebel schiet uit zijn neus. Papa vangt de snottebel op in de zakdoek. ‘Ja hoor, ik heb hem!’ roept papa. Trots laat hij het groene snot in de zakdoek zien. ‘Oh, ik had toch een snottebel,’ lacht Job.

Dan is het tijd om Jelle uit bed te halen. Jelle snurkt een beetje. ‘De neus van Jelle zit verstopt,’ zegt mama. Job kijkt naar zijn broertje en zegt: ‘Nee hoor, zijn neus zit gewoon in zijn gezicht.’ Mama lacht. ‘Als je neus vol zit met snot dan zit hij verstopt,’ legt mama uit. ‘Daarom snurkt Jelle nu.’ Papa gaat weer op snottebellenjacht. De snottebellen onder de neus van Jelle zijn helemaal aangekoekt.  ‘Ai, dit is een lastige,’ zegt papa. ‘maar ik zal hem krijgen!’  Papa loopt de slaapkamer uit.

Job schudt zijn broertje heen en weer en roept ‘Jelle, wakker worden!’ De oogjes van Jelle gaan open. ‘Papa is op snottebellenjacht,’ waarschuwt Job. Jelle verbergt zijn hoofd snel in zijn kussen. Dan komt papa terug. Hij heeft een warme washand meegenomen. ‘Waar is die vieze neus?’ vraagt papa. ‘Jelle heeft z’n neus nu wel verstopt,’ antwoordt Job. Mama zit naast Jelle en draait hem zachtjes om. ‘Het is even vervelend,’ zegt mama, ‘maar er zitten overal vieze snottebellen. Je neus  moet echt schoon gemaakt worden.’ Papa komt met de warme washand op de neus van Jelle af. Jelle gilt: ‘Nee, niet doen!’ Maar papa heeft zijn neus te pakken. Jelle schudt zijn hoofd. Papa laat niet los. Hij boent net zo lang totdat de neus van Jelle helemaal schoon is. ‘Zo, ik heb alle snottebellen te pakken,’ zegt papa. Tevreden loopt hij de kamer uit.

Jelle vindt snottebellen vegen niet leuk. Verdrietig veegt Jelle met zijn hand over zijn neus. Wat voelt hij daar? Papa heeft toch niet alle snottebellen te pakken! Jelle pulkt in zijn neus. Snel stopt Jelle de achtergebleven snottebel in zijn mond. Snottebellen zijn helemaal niet vies. Snottebellen zijn lekker!   


dinsdag 20 juni 2017

Muis


Jelle staat bij het schoolhek. Hij gluurt door de spijlen heen. Het schoolplein is leeg. Maar dan gaat de schoolbel. ‘Komt Job nu?’ vraag Jelle aan mama. De juf komt de school al uit.  En hand in hand lopen de kinderen achter de juf aan. Maar Job niet. Job rent vrolijk naar het hek. Hij heeft iets pluizigs onder zijn arm geklemd. En in zijn andere hand heeft hij een koffertje. ‘Wat is dat?’ vraagt Jelle verbaasd.

‘Dit is Muis!’ roept Job. Hij haalt de  knuffelmuis onder zijn arm vandaan. ‘En Muis komt logeren.’ Job zwaait met de koffer van Muis.’ ‘Een logeermuis,’ zegt mama, ‘dat is gezellig.’ Jelle vindt Muis ook erg lief. ‘Mag Aap met Muis spelen?’ vraagt Jelle. Maar Job schudt zijn hoofd. ‘Ik ga met Muis spelen.’

Thuis maakt Job het koffertje van Muis open. Muis heeft een tandenborstel, een pyjama en een schriftje meegenomen. ‘Mama, wat staat er in het schriftje?’ vraagt Job. ‘Dat is het dagboek van Muis,’ antwoordt mama. ‘Daar staat in geschreven wat Muis tijdens de logeerpartijtjes heeft gedaan.’ Mama leest een paar logeeravonturen voor. 

Dan gaat Job buiten spelen. Hij pakt zijn jas en rent naar buiten. ‘Je vergeet Muis!’ roept mama nog. Maar Job is al weg. ‘Ik wil wel met Muis spelen,’ zegt Jelle. Jelle zet Muis naast Aap op de grond. En Jelle speelt de hele middag met Aap en Muis.

Als het eten klaar is roept mama Job weer naar binnen. Job hangt zijn jas op in de gang. Daar ziet hij de jas van Muis aan de kapstok hangen. Job schrikt. ‘Ik ben Muis vergeten!’ Hij rent de kamer in. Daar lezen Jelle, Aap en Muis een boekje op de grond. ‘Wij spelen samen,’ zegt Jelle. ‘Maar het is mijn Muis,’ zegt Job boos. Job pakt Muis van de grond en houdt hem stevig tegen zich aan.

Nu is Jelle verdrietig. En Aap is ook verdrietig. Ze waren zo leuk aan het spelen. ‘Jelle, je hebt erg lief met Muis gespeeld,’ zegt mama. ‘Maar het eten is klaar. Zullen we Aap en Muis ook aan tafel zetten?’ Dat is een goed idee.  Iedereen gaat aan tafel. En Muis en Aap eten gezellig mee.

Als alle bordjes leeg zijn is het tijd om naar bed te gaan. Job neemt Muis met zijn koffertje mee naar zijn slaapkamer. Job zorgt goed voor Muis. Pyjama aan. Tandjes poetsen. Jelle wil ook goed voor Aap zorgen. Maar Aap heeft geen pyjama. En Aap heeft ook geen tandenborstel.

‘Aap mag de tandenborstel van Muis wel gebruiken,’ zegt Job. Jelle pakt de tandenborstel en poetst de tandjes van Aap. ‘Aap mag ook de pyjama van Muis wel aan. Dan slaapt Muis in zijn onderbroek en hemd. Aap krijgt de pyjama van Muis. De pyjama is veel te groot. Dat ziet er grappig uit.

Mama komt de kamer binnen.  ‘Wat zorgen jullie goed voor Aap en Muis,’ zegt mama.  Ze zijn al helemaal klaar om naar bed te gaan. Maar niet zonder verhaaltje!’ Job, Jelle, Aap en Muis kruipen tegen mama aan. En mama vertelt een verhaal over een aap en een muis die samen gaan logeren. Een lief verhaal dat mama ook opschrijft in het schriftje van Muis. 


vrijdag 2 juni 2017

Ijsje


TINGELINGELING! De ijscoman stopt bij het strandje. ‘IJS!’ juichen alle kinderen op het strandje. ‘IJS’ juichen ook Job en Jelle. Job springt op uit het meertje en rent naar mama. Jelle laat zijn emmer en schepje in het zand liggen en rent ook naar mama. ‘Mogen wij een ijsje?’ vragen de broertjes.

‘Dat mag wel,’ zegt mama, ‘maar dan moeten jullie het ijsje zelf gaan halen. Ik blijf hier om op onze spullen te letten.’ Mama geeft twee muntjes voor twee ijsjes. Een ijsje voor Job en een ijsje voor Jelle. Job en Jelle rennen samen naar de ijscoman.

Er staat een lange rij mensen voor de wagen met ijsjes. Job en Jelle gaan achteraan staan. De ijscoman verkoopt veel ijsjes. En de rij wordt steeds korter. Job en Jelle staan nu bijna vooraan. Job kijkt naar het muntje in zijn hand. Welk ijsje kan haar daarvoor kopen?  Job weet het niet. En wat is de ijscowagen hoog! Zelf een ijsje kopen is best moeilijk.

‘We gaan mama halen,’ zegt Job tegen zijn broertje. ‘Kom mee!’ ‘Nee!’ roept Jelle. ‘Ik wil ijs!’ Job trekt aan de arm van Jelle. Maar Jelle gaat niet mee. Jelle blijft voor de ijscowagen staan. ‘Gaat het goed jongens?’ horen Job en Jelle achter zich. De broertjes draaien zich om. ‘Mama!’ roepen ze blij. ‘Ik weet niet welk ijsje ik van dit muntje kan kopen. En de wagen is zo hoog,’ vertelt Job. ‘Kom je ons helpen?’ En Jelle vraagt: ‘Krijg ik nu ijs?’

‘Ik dacht al dat jullie wel een beetje hulp kunnen gebruiken,’ zegt mama. Mama tilt Jelle op. Zo kan hij de kaart met ijsjes goed zien. Mama wijst de ijsjes aan waar Jelle uit mag kiezen en vraagt: ‘Welk ijsje wil je?’ Jelle kiest een waterijsje. En Job kiest ook een waterijsje. De ijscoman geeft de twee ijsjes aan mama. Job gaat op zijn tenen staan en strekt zijn arm uit om de muntjes aan de ijscoman te geven. De ijscowagen is best hoog. Maar Job is al best groot. Het lukt!

‘O nee! Niemand let op onze spullen,’ roept Job. Hij rent snel terug naar de handdoeken. ‘Mama, rennen!’ zegt Jelle. En hij trekt aan het been van mama. ‘Rustig maar,’ zegt mama. ‘Alle belangrijke spullen zitten hier in mijn tas.’  Mama geeft Jelle een hand en samen lopen ze terug naar de handdoeken.

Job en Jelle zitten op de handdoek en likken aan het ijsje. Het ijsje smelt in de warme zon. Het ijs van Jelle drupt van zijn kin op zijn buik en op zijn benen. ‘Ik lijk wel een ijsjesman,’ zegt Jelle. En Job lacht: ‘Dan kom ik een ijsje bij je kopen. Want dat kan ik al helemaal alleen!’


zaterdag 20 mei 2017

Zon

De zon schijnt. Wat is het warm! Papa vult het kleine badje in de tuin. Met de tuinslang. ‘Kom hier maar lekker afkoelen,’ zegt Papa tegen Job en Jelle. ‘Jippie!’ juichen de broertje. En ze rennen naar het badje. ‘Ho ho! Even wachten,’ roept mama. ‘Eerst nog insmeren!’ Mama zwaait met de tube zonnebrandcrème. ‘Ik wil niet ingesmeerd worden,’ zegt Job. ‘Daar word ik zo plakkerig van.’

‘Als je je niet insmeert dan verbrand je huid’ zegt mama, ‘Dan ben je helemaal rood en dat doet pijn.’  Ai! Dat wil Job ook niet. ‘Dan toch maar plakkerig,’ zucht Job. En hij loopt naar mama om zich in te smeren. Job smeert de zonnebrandcrème op zijn armen. En mama smeert de benen van Job goed in. ‘Mag ik nu het water in?’ vraagt Job. ‘Eerst je gezicht nog insmeren!’ antwoordt mama.

Met de zonnebrandcrème zet mama een witte stip op Job zijn neus. En dan stippen op zijn wangen, kin en voorhoofd. Dat ziet er grappig uit! Job lijkt wel een clowntje. Mama lacht: ‘Kijk maar eens in de spiegel.’ Job loopt naar de spiegel. ‘O nee! Wat heb je gedaan!’ roept Job van schrik. ‘Ik heb een clowntje gemaakt,’ antwoordt mama. ‘Grappig toch?’  Maar Job is niet geschrokken van de witte stippen op zijn gezicht. Job is geschrokken van Jelle. Jelle staat voor de spiegel. Wat heeft hij nou toch gedaan?

‘Ik ben ingesmeerd!’ zegt Jelle. En trots laat Jelle zijn witte armen en benen zien. Hij zit helemaal onder de dikke klodders zalf. ‘Mama! Jelle is een ijsbeer geworden,’ roept Job. Mama komt snel kijken. ‘Oh Jelle, wat heb jij je goed ingesmeerd,’ zegt mama. ‘Maar dat is toch geen zonnebrandcrème.’ Jelle kijkt beteuterd naar het potje zalf. Jelle heeft zich niet ingesmeerd met zonnebrandcrème.  Nee, Jelle zit helemaal onder de zalf voor zachte billetjes.

‘Haha, Jelle is een ijsbeer van billenzalf,’ lacht Job. ‘Grappig toch?’ Mama zucht: ‘Ja, heel erg grappig. Maar ik neem Jelle nu mee om schoon te poetsen.’ Jelle kijkt verdrietig en vraagt: ‘Mag ik niet in het badje?’ ‘Het is buiten veel te warm voor een ijsbeer,’ lacht Job. ‘Ik ben geen ijsbeer,’ zegt Jelle boos. ‘Ik ben Jelle! En ik wil zwemmen.’

Mama heeft een idee. ‘Komen jullie maar mee naar buiten,’ zegt mama. In de tuin draait papa de kraan van de tuinslang net dicht. ‘Zet de kraan maar weer aan,’ zegt mama. ‘Want deze ijsbeer moet afgespoeld worden.’ Papa draait de kraan open en er komt een straal koud water uit de tuinslang.  ‘Kom maar hier met die ijsbeer,’ zegt papa. IJsbeer Jelle rent onder de waterstraal door en gilt van plezier. IJsberen zijn dol op koud water.

Clowntje Job wil ook wel nat worden. Hij springt met gekke sprongen door de waterstraal heen. Een ijsbeer en een clowntje  onder de waterstraal, dat is toch grappig?


woensdag 19 april 2017

Paaseitjes


Job springt uit zijn bed.  “Jelle, wakker worden! We gaan paaseitjes zoeken!” roept hij enthousiast. Het is Pasen. En met Pasen liggen er altijd veel eitjes verstopt. Job helpt Jelle uit bed. Samen gaan ze de trap af naar beneden. Onderaan de trap zien ze gelijk een paaseitje liggen. Een blauw chocolade eitje. “Jippie, een paasei!!” roepen de jongens blij. Er staat een mandje op tafel. Job legt het blauwe paaseitje in het mandje. Dan gaan ze verder zoeken. Job zoekt bij de bank. Hij vindt een blauw eitje onder het kussen. En hij vindt een rood eitje achter de bank. Jelle zoekt bij de tafel. Hij vindt een wit eitje achter de tafelpoot. En hij vindt een rood eitje op de stoel. Samen vinden Job en Jelle heel veel paaseitjes.

Elke keer als ze een paasei vinden zijn ze heel blij. Maar dan vindt Job een wit paaseitje bovenop de verwarming. Nu is Job niet blij. “Oh nee!” roept Job verschrikt. Het chocolade eitje is helemaal zacht. “Paasei kapot?” vraagt Jelle. “Nee, het eitje is niet kapot” zegt papa. “het eitje is een beetje gesmolten”. Een chocolade eitje smelt als het te warm word. En de verwarming was te warm voor het eitje. “Kunnen we dit eitje niet meer opeten?” vraagt Job verdrietig. “Nu is de chocolade zacht en plakt aan je vingers” zegt papa. “Maar leg het eitje maar even in de koelkast. Door de kou zal de chocolade weer hard worden. Dan kan je het eitje vanmiddag opeten”.  Job vindt het wel wat vreemd. Maar hij is blij dat het zachte eitje in de koelkast weer hard zal worden.

Job en Jelle hebben alle eitjes gevonden. Wat was het leuk. Jelle wil nog meer eitjes zoeken. Maar mama neemt Jelle mee naar boven om zijn kleren aan te trekken. Snel pakt Job het mandje met paaseitjes. “Nu ben ik de paashaas” zegt hij. En hij verstopt de eitjes. Hij verstopt een rood eitje onder het kussen. En hij verstopt een blauw eitje achter de bank. Een wit eitje verstopt hij achter de tafelpoot. En een rood eitje verstopt hij op de stoel. Maar Job verstopt geen eitje op de verwarming! Want dan smelt het eitje.

“Jelle, kom je eitjes zoeken?” roept Job als alle eitjes weer verstopt zijn. “Ja, paasei zoeken!!” roept Jelle blij.  Job pakt Jelle bij zijn handje en samen zoeken ze net zo lang tot alle paaseitjes weer in het mandje liggen.

Van al dat zoeken hebben ze trek gekregen. Dan mogen ze een paaseitje opeten. Jammie!!